Schepping, evolutie, creationisme

Ik heb twee jonge vrienden, Chris en Ivo, allebei hartstochtelijke debaters; u kent het type wel: ze gaan geen onderwerp uit de weg en al discussiërend en argumenterend gaan ze net zolang door tot één van beiden in de touwen hangt. Ik ontvang hen eens per maand bij mij thuis en bespreken we elke keer een onderwerp. Ik ben dan hun ‘coach’. Onlangs was ik was zo onverstandig hen toen de avond al ten einde liep, te vertellen dat ik over het onderwerp ‘schepping en evolutie’ een artikel moest schrijven voor een boek. Dat vonden ze interessant. Chris bleek een overtuigd aanhanger van de theorie van het Intelligent Design of ID (een moderne variant van het aloude creationisme, uit te spreken op z’n Engels) en begon de lof te zingen van deze theorie. Dat bleek echter spek voor de bek van Ivo, die ogenblikkelijk de verdediging van de evolutieleer op zich nam. Al snel vlogen er allerlei soorten argumenten heen en weer en werd de toon verwijtend, beschuldigend zelfs. De gemoederen raakten danig verhit. Dit onderwerp raakte hen blijkbaar persoonlijk en hun tegenstelling leek zelfs op een bepaald moment hun vriendschap te overschaduwen. Aangezien ik ze pas een maand later weer zou spreken, besloot ik Ivo en Chris een brief te schrijven, ouderwets, per post. Ik vond dat wat er tussen hen was gekomen niet mocht blijven hangen. Ik vond ook dat er nog wel iets te leren was.

 

Antwerpen, 1 april 2014

Beste Ivo en Chris,

Dat ging er gisteravond heftig aan toe tussen jullie, zeg. Ik weet niet of jullie zelf ook een slecht gevoel hebben overgehouden aan deze discussie. Ik in elk geval wel. En dan gaat het me niet om ‘wie er nou gelijk had’, juist niet. Het is de toon die de muziek maakt. Jullie begonnen op een bepaald moment elkaar dingen te verwijten waardoor het wel leek alsof jullie elkaars integriteit in twijfel begonnen te trekken. Er ontstond verwijdering tussen jullie als mensen. Dat vond ik zorgelijk. Vandaar deze brief.

Ik probeer eerst maar eens te reconstrueren wat er is gebeurd.

De eerste keer dat jullie echt met elkaar in aanvaring kwamen was toen Ivo het enthousiaste betoog van Chris over Intelligent Design afdeed als ‘oude wijn in nieuwe zakken’: Het was toch wel duidelijk, volgens Ivo, dat heel die idee van ID gewoon een trucje was van Amerikaanse fundamentalisten om het creationisme weer ‘salonfähig’ te maken. Toen Chris vervolgens ijverig allerlei voorbeelden begon aan te halen om te laten zien dat er toch wel sprake moet zijn van een ‘een ontwerper’ (hij verwees naar complexe en functionele structuren in de natuur, zoals het ‘oog’ en de ‘vleugels’ die enkel nuttig zijn als ze compleet zijn; anders doen ze niet wat ze moeten doen en zijn ze evolutionair belastend) toen zag ik dat jij, Ivo, met je hoofd begon te schudden en wegwerpbewegingen begon te maken met je handen. Toen Chris even naar ademhapte, greep jij je kans en riep: ‘Ja maar Chris, de wetenschap heeft dat toch al lang verklaard. Je moet dat boek van Johan Braeckman maar eens lezen’[1]. Chris accepteerde dat niet en probeerde zijn stelling sterker te maken. Hij had het over het toeval en dat de kans dat er spontaan leven spontaan zou onstaan zo goed als gelijk is aan nul, en begon aan een vergelijking van die kans met een vliegtuig dat spontaan zou ontstaan als je alle onderdelen verzamelt en op de grond gooit. Hij kwam er niet goed uit, jij begon te lachen.

Even later liepen jullie opnieuw vast toen jij, Ivo, een betoog aan het opzetten was hoe het mechanisme van ‘survival of the fittest’ en natuurlijke selectie niet alleen het bestaan van alle levende (en uitgestorven) soorten kon verklaren, maar ook ten grondslag lag aan het gedrag van dieren en mensen. Verliefdheid, zo betoogde jij, was eigenlijk niets anders dan de manier waarop onze soort – via chemische processen in onze hersenen enzo, erg precies was je neit – zichzelf voortzet en in stand houdt. In één adem door voegde je toe dat ook wat wij goed moreel gedrag noemen eigenlijk teruggaat op evolutionaire processen die voor de soort voordeliger zijn dan andere. Weet je nog, Chris, dat jij tijdens deze redenering op je stoel begon te draaien en dat je – toen Ivo klaar was – verontwaardigd uitriep: ‘Zie je wel ! Daar gaat de moraal. Ik wist het: mnsen die ontkennen dat er een Schepper is worden materialistisch en zonder het geloof in God gaat de mensheid naar de verdommenis. Dan geldt enkel nog het recht van de sterkste. Zonder Darwin zou Hitler er nooit geweest zijn!’. Toen Chris dat zei, sprong Ivo op zijn beurt verontwaardigd van zijn stoel en sloeg meteen terug: ‘en zonder Luther en de eeuwen van christelijk antisemitisme de holocaust ook niet’ In de chaos die daarna ontstond was alle redelijkheid zoek. Ik hoorden alleen nog maar kreten: “recht van de sterkste”, “natuurlijk selectie”, “Nietzsche”, “übermensch” en aan de andere kant: “kruistochten”, “heksenprocessen” , “discriminatie” en “onderdrukking”. Omdat het inmiddels al heel laat was geworden en jullie nog naar huis moesten, is het gesprek op dit punt beëindigd. Dat is jammer en niet alleen omdat jullie zo op een negatieve noot uiteengingen, maar ook omdat jullie discussie een schoolvoorbeeld is van hoe het niet moet. Sorry, dat ik het zo hard zeg, maar daarvoor hebben jullie mij ingehuurd, zal ik maar zeggen. Jullie aanvaringen zijn echte klassiekers…

De oude vete tussen geloof en wetenschap

In de eerste aanvaring, Intelligent Design versus evolutieleer, hebben jullie je eigen veldslag toegevoegd aan de ongelukkige ‘geschiedenis van de oorlog tussen wetenschap en theologie’.[2] Die oorlog, of minder dramatisch, dat conflict zal – vrees ik – blijven bestaan zolang er mensen zijn. Ja, ik zie jullie al reageren. Jullie zijn het niet met me eens. Jullie vinden dat die oorlog beëindigd kan worden hetzij met een overwinning van een van beide partijen (dat suggereerden jullie gisteren toch) of – na vele vergeefse veldslagen te hebben uitgevochten en in een loopgravenoorlog te zijn beland – middels een ‘wapenstilstand’. Dat laatste is een heel geliefde opvatting in de middens waarin ik verkeer: Wetenschap en religie bijten elkaar niet, ze zijn complementair. De één houdt zich bezig met feiten (hoe-vraag), de andere met verhalen (waartoe-vraag); nonoverlapping magisteria (NOMA). [3] Dat klinkt leuk maar is helaas niet waar. Er is geen boedelscheiding of domeinafbakening mogelijk. De ontwikkelingen in het ene vakgebied hebben nu eenmaal gevolgen voor het andere. Eén voorbeeld: Epilepsie? Hoort dat tot het domein van de theoloog of van de neuroloog En als de een zich erover uitspreekt, is het dan mogelijk, wenselijk, dat de ander dat negeert ? Ik dacht van niet.[4]

Trouwens, ook de passie waarmee jullie gisteren elkaar over en weer in de haren vlogen levert daarvan een bewijs. Jullie hanteerden allebei een absolute waarheidsclaim. Er kon er maar eentje gelijk kan hebben: Het was óf  allemaal toeval en dus is er geen God; óf God bestaat wel en dus is alles wat er gebeurt geen toeval (maar planning/design). Ik zal in mijn artikel voor dat boek straks wel uitleggen waarom deze discussie volgens mij echt een straatje zonder einde is, dat is iets te veel voor een brief. Ik wil jullie op dit moment slechts een advies meegeven voor het geval jullie hierover nog eens met elkaar in discussie gaan: Schoenmaker blijf bij je leest ! Jullie zijn geen biologen of neurologen, doe je je dan in het gesprek ook niet voor als experten. Je maakt je zelf belachelijk als er eens een echte bij aanwezig is. Die zal dan bij elk voorbeeld dat je aanhaalt toevoegen dat het allemaal niet zo simpel is als dat je het hebt voorgesteld. En Ivo, zit nou niet te glunderen, alsof ik jou gelijk geef. Deze opmerking geldt namelijk net zo goed voor jou als voor Chris. Jij hebt in jouw discussie met Chris de evolutieleer ook veel te simpel en rechtlijnig voorgesteld en daarmee de zaak ook niet echt vooruit geholpen. Ik ga er maar van uit, dat jullie allebei eerlijk genoeg zijn om te beseffen dat het waar is, Jullie hebben allebei je wetenschappelijke inzichten ‘van horen zeggen’ en die vervolgens als argumenten gebruikt, in het gelid gezet, gerangschikt, om je eigen stelling te verdedigen. Rhetorisch een interessante methode, maar wetenschappelijk ondermaats. Trouwens, dat moet je ook gewoon eens doen: een echte natuurwetenschapper (bioloog of geoloog of fysicus) zelf aan het woord laten. En je zult merken dat als een wetenschapper spreekt over zijn vakgebied hij niet bezig is met moraal of geloof of God. Je zult ook merken dat hij vaak gebeten is om te weten, gedreven, nieuwsgierig, gefascineerd door zijn studieobject. Heerlijk, ookal zul je al snel de draad kwijt raken… En als je hem dan vraagt naar zijn visie op ‘evolutie of schepping’, dan zul je meteen ook merken dat hij vaak z’n antwoord begint met een zucht…

Goed, ik laat het hiereven bij. Zoals gezegd zal ik in het boek straks nog wel wat meer zeggen over waarom ik denk dat de discussie tussen wetenschap en Intelligent Design (of geloof in een Schepper-God) eindeloos is, of beter gezegd: repetitief. Het heeft niet zozeer te maken met bepaalde inzichten van de wetenschap, maar met de wetenschappelijke methode zelf en met hoe een mens in elkaar zit. Maar dat is voor later.

Twijfel aan de moraliteit

Ik wil nu wat zeggen over dat andere moment waarop jullie bijna ‘slaags’ raakten met elkaar. Dat vind ik eigenlijk nog  belangrijker. Dat was het moment waarop zonder veel erg jullie zomaar overstapten van een natuurwetenschappelijke discussie (afin, jullie pretendeerden dat dat zo was, maar misschien is het dat wel nooit geweest…) naar een ethische discussie over de grondslagen van de moraal. Dat is nogal een sprong en het tragische van jullie gesprek op dit punt was vooral dat jullie allebei niet in de gaten hadden hoe fout jullie bezig waren.

Ik weet niet of jullie het je nog terug voor de geest kunt halen. Ivo was bezig om uit te leggen hoe het gedrag van de mens verklaard kan worden op grond van evolutionaire processen. Hieruit concludeerde Chris dat Ivo een materialistische filosofie verkondigde. Dat suggereerde Ivo inderdaad ook vooral omdat hij het woordje ‘verklaren’ gebruikte en daar twee keer de rationalistische reductie-formule aan toevoegde: ‘x (bepaald menselijk gedrag, gevoel) is niets anders dan y (fysiologisch proces). Nothingbuttery heeft iemand dat eens genoemd. Als ik één ding zeker weet is het dat het menselijk gedrag complex is en dat er dus eerder een samenspel van allerlei actoren en factoren nodig zal zijn om het te beginnen verklaren, dan een simpele vaststelling dat een menselijk fenomeen ‘niets anders is dan…’

Simplismen zijn echt hoofdzonden en niet enkel in de redeneerkunde. Chris, nou moet je niet triomferen als je dit leest, want mijn probleem met jouw reactie was, dat jij aan die nothingbuttery begon mee te doen in plaats van de boel open te trekken. Jij reageerde door de claim van Ivo totaal te verwerpen en in plaats daarvan een even totalitair alternatief voor te stellen: Enkel een geloof in God kan de mens behoeden voor immoraliteit, was jouw concurrerende stelling. Dat is ook nothingbuttery, hoor je dat. En als er twee totalitaire systemen tegenover elkaar staan, is het hek van de dam. Het ene onzinnige simplisme volgde het andere: Darwin’s theorie omtrent survival of the fittest (NB: dat is niet het ‘recht van de sterkste’, maar ‘de overleving van die soort die het best is aangepast (‘to fit’) aan de omstandigheden’) en de natuurlijke selectie (combinatie van toeval en noodzaak, mooie complexe gedachte eigenlijk!) werd linea recta verbonden met Hitler’s machtsdenken en zijn rassentheorie. Chris, Charles Darwin naast Hitler, schaam je je niet? Doden hebben ook recht op hun goede naam. En dan de holocaust, de kruistochten, een ordinaire scheldpartij werd het. Dat is allemaal ver beneden jullie normale peil. Ik ga er maar van uit, dat jullie hier ook al lang spijt van hebben. Zwart-wit, welles-nietes, nothingbuttery. Het is de hoogste tijd dat we verdisconteren dat we als we over het menselijke handelen spreken we over een zeer complex fenomeen spreken dat met ongelooflijk veel dingen samenhangt: fysische en psychische aspecten, genetische en omgevingsfactoren, vastliggende en  nog veranderbare. Kortom als we ergens met meer dan een woord moeten spreken, moeten leren denken in ‘en-en, en-ook, en-ook-nog en-misschien’ dan hier.

Goed, dat over de inhoudelijke fout. Daarin zullen jullie nog wel groeien denk, daar heb ik alle vertrouwen in. Wat echter evenzeer een aandachtspunt is, is de manier waarop jullie over deze vraag met elkaar in de clinch gingen. Dat was eigenlijk immoreel. Ja, sorry dat ik het zo hard zeg, maar ik meen het. Jullie deden precies wat Socrates ooit de sofisten verweet: jullie redeneerden niet om de waarheid te laten zegevieren, of de kwestie zelf recht te doen, maar gebruikten rhetorische kunstgrepen om je eigen gelijk te halen; en dat ook nog op de goedkoopst mogelijke manier: door op de man te spelen, de integriteit van de ander in twijfel te trekken. Alsof je door een ander zwart te maken zelf wit wordt. Jullie wisten en weten donders goed dat die beschuldigingen die jullie elkaar toeriepen onterecht waren. Chris is geen onverdraagzame fundamentalist, en Ivo is een moreel hoogstaand persoon. Jullie deden net alsof het anders was. Dat vind ik impardonnable.

En jullie zijn daar ook voor gestraft, immanente gerechtigheid zou zekere aartsbisschop zeggen, want hierdoor hebben jullie jezelf een prachtkans ontnomen om tot elkaar te komen.

Waardoor wordt het menselijk handelen eigenlijk aangedreven?

Ik weet namelijk zeker dat de onderliggende kwestie (‘Waardoor wordt het menselijk handelen aangedreven?’) als jullie daar echt op waren ingegaan, jullie dichter bij elkaar zou hebben gebracht. Het nadenken daarover – eens je toegeeft, beseft, dat dat een complexe zaak is, waar je eigenlijk niet 1-2-3 een afdoend antwoord  op kunt geven is namelijk niet alleen een interessant onderwerp om eens lekker over te debatteren in  abstracto maar nou juist één van de dingen die typisch voor de mens is. Sterker nog; die de mens tot ‘mens’ maakt. Leuk hè, een wezensdefinitie geven waarbij het wezen in wording is. Ja, denk daar maar eens over na ! Misschien is dit nu precies dategene wat mensen van dieren onderscheidt. Dieren kunnen heel veel, en vertonen in hun gedrag heel veel “menselijke” trekken (vinden wij), maar één ding doen ze in elk geval niet: bewust reflecteren op hun gedrag en daar met elkaar over discussiëren: Wat is goed, wat is fout, wat is zinvol wat niet? En waarom dan? Ookal verschillen de antwoorden misschien, de vragen delen gelovigen en ongelovigen in elk geval.

En hier wil ik dan toch even de psycholoog spelen. Ik weet niet, Chris, waarom jij zo opeens met die zware beschuldiging aan het adres van Darwin (en dus impliciet aan het adres van Ivo) kwam toen je materialisme en immoralisme gelijk stelde (‘zonder God geen moraal’). Wat ik wel weet is dat je jezelf hiermee veel meer bloot gaf dan je je bewust was. Jij gelooft dus dat als je “God” overboord zet, dat het dan gedaan is met de beschaving. Dat is nogal wat. Besef je dat dat meer zegt over jou dan over Darwin of Ivo. Jouw uitspraak is verwant aan aan die andere one-liner die ik ook vaak hoor uit de mond van gelovigen: “als je niet gelooft in God, dan heeft het leven geen zin meer”. Dat zijn eerder getuigenissen van de eigen onzekerheid (en angst?) dan aanbevelingen van het geloof, vind ik.

En neen, Ivo, nu moet je niet besmuikt gaan lachen en zeggen: zie je wel ik wist het, gelovigen kunnen het leven niet aan zoals het is, en vluchten dus in een projectie… Dan laat je je weer vangen in een simplisme. Jij, Ivo, liet namelijk evenzeer in je hart kijken toen je in de tegenaanval ging en de christenheid (vergeef me de vergelijking:) overlaadde met alle zonden van Israel. Jij weet immers toch ook wel dat datgene wat er – grosso modo – in de geschiedenis van Europa is misgegaan, heus niet alleen tot de christelijke ideologie is terug te brengen. Dat is teveel eer voor de godsdienst. Er waren meer spelers in het spel. Juist een ‘non-believer’ als jij zou moeten weten dat historische processen (cumulatieve resultaten van complex menselijk gedrag) altijd ongelooflijk gecompliceerd zijn en qua oorzakelijkheid niet dedfinitief te duiden. Ik weet dat je René Girard gelezen hebt. Welnu, dan weet je ook dat als mensen schuldigen gaan aanwijzen voor wat er in de samenleving misgaat, dan dan het zondebokmechanisme in werking treedt. Zondebokken aanduiden is volgens Girard – en ik volg hem hierin – ten diepste een verdringingsmechanisme: dan hoef je jezelf geen spiegel voor te houden en kun je kritische vragen vermijden. Dat betekent dus dat jij die vraag eigenlijk aan jezelf zou moeten stellen: hoe komt het toch dat de mensen het er zo beroerd van afbrengen? Dat ze discrimineren, elkaar kleineren, pesten, doden zelfs…  En die vraag niet afschuiven door de schuld op een ander (inclusief ideologie) te schuiven.

Sterker nog: die vraag is het die jullie samen bindt als mens en wel op twee manieren: ons aller overleven hangt toch wel een beetje af van de manier waarop wij met dit soort vaststellingen omgaan. En tegelijk had die bezorgheid jullie kunnen samenbrengen in een gemeenschappelijke zoektocht naar… nee, niet het antwoord, maar handvaten om tegenwicht te bieden tegen die neerwaarts trekkende tendensen.

Diepe emoties

Nu goed, ik wil graag met een positieve noot eindigen. De passie, de emotie die in jullie discussie naar voren kwam en die dus negatief uitpakte, ik versta die nu ook , of beter: ik wil die graag verstaan, duiden, als een averechtse uiting van jullie diepe bezorgdheid om onze toekomst als mens. Niet ondanks, maar juist vanuit jullie diepste overtuiging zijn jullie blijkbaar niet echt zeker of het allemaal wel vanzelf goed afloopt. Die zorg delen jullie dus met elkaar. Ik zou dan ook willen voorstellen, dat de volgende keer als we elkaar weer zien, dat we dan daarover eens met elkaar praten. Niet dus over waar het leven vandaan komt (de gelovige en de wetenschapper staan er beide vol verwondering naar te kijken), maar wat wij er mee doen. Niet over de oorsprong van de soorten, maar hoe wij als mens ons verder denken te ontwikkelen. En laten we daarbij dan een paar dingen afspreken. We gaan elkaar niet meer aanvallen op standpunten die de ander helemaal niet inneemt. Dus Chris, wil jij Ivo alstublieft niet meer benaderen als een nihilist, enkel en alleen omdat hij niet gelooft. Ook zonder geloof in een God kan een mens een hoogstaand moreel leven uitbouwen. En Ivo wil jij Chris niet opzadelen met de verantwoordelijkheid voor alles wat er ooit in naam van het christendom is beweerd of gedaan, enkel en alleen omdat hij gelovig is.

En laten we ook afspreken dat we niet gaan discussieren om de tegenstander het zwijgen op te leggen, maar juist om hem uit z’n tent te lokken, zodat hij al zijn argumenten op tafel kan leggen, echt alle, tot de laatste en diepste toe om die dan gezamenlijk op hun waarde te beproeven. Dan komen we misschien ergens. Oh ja, daar hoort natuurlijk ook dit bij: dat we er ons uiterste best voor doen om onze eigen argumenten zo te formuleren dat de ander ze tenminste begrijpen kan.

Voilà, beste Christ en Ivo, dat moest ik toch nog even kwijt.

Dick Wursten

 

P.S. 1 Foute vraagstelling van de ontwerpers van dit boek

De redacteurs van dit boek vragen steeds naar de mening van ‘de levensbeschouwing’. Een levensbeschouwing heeft echter geen mening. Mensen hebben die. Vandaar dat ik de antwoorden op de eigenlijke vragen post factum geef.

  1. Geef aan hoe men zich vanuit uw levensbeschouwing ten aanzien van dit thema positioneert (indien er meerdere (erkende) standpunten mogelijk zijn, geef dit dan ook aan)

Antwoord: Die protestantse levensbeschouwing waar u naar vraagt, bestaat niet. Er zijn enkel mensen die een levensbeschouwing hebben (en verder ontwikkelen) geworteld in een religieuze traditie die verbonden is met het protestantisme. Deze mensen kunnen zich op allerlei terreinen heel verschillend positioneren zonder dat iemand bevoegt is om te zeggen dat iets wel of niet een ‘protestants’ standpunt is. Er zijn dus geen ‘erkende standpunten’, ook niet meerdere. Er zijn enkel persoonlijk gekoesterde overtuigingen. Uw vraagstelling dwingt mijn levensbeschouwing in de mal van een hiërarchisch gestructureerd, leerstellig en moralistisch denksysteem. Dat kent het protestantisme niet echt, hoewel er wel zeer dogmatische stromingen zijn, maar zelfs die zijn nooit afgerond. Als ik een gemeenschappelijke trek moet noemen van iedereen die zich ‘protestants’ noemt, dan is het één ding: men zal in zijn meningsvorming ook de bijbelse gegevens, zowel Oude Testament (Joodse bijbel) als Nieuwe Testament betrekken. De een zal dit op een vrij lineaire wijze doen, zonder veel hermeneutische bekommernis. Die zal waarschijnlijk op dit terrein eerdere een creationistisch standpunt innemen en heel sceptisch staan ten opzichte van de natuurwetenschap, dan wel strijdbaar kritisch van mening zijn de natuurwetenschap op z’n eigen terrein te kunnen verslaan.[5] Een ander zal daarentegen geen enkel probleem zien om de wetenschap en haar inzichten te beamen, omdat die de bijbelse verhalen rondom schepping niet als ‘logoi’ (redenerend rationele uitspraken over onze werkelijkheid) maar als ‘mythoi’ (verhalen die wat vertellen over de betekenis van onze werkelijkheid, en hoe wij er mee zouden moetn omgaan). En alles ertussenin.

  1. Bespreek vanuit uw levensbeschouwing het maatschappelijk debat rond dit thema.

Antwoord: Naast een intern debat in de protestants-evangelische wereld over de al dan niet tegenstrijdigheid van schepping en evolutie, is het misschien ook wel typische protestants om zich ook te mengen in het maatschappelijk debat. Voorzover dit gebeurt vanuit een creationistische visie vindt er een niet altijd even gelukkige overdracht plaats van Amerikaanse discussies op Europa. Een ieder die de media een beetje volgt, weet dat religie in de USA heel anders functioneert in de samenleving dan in Europa, zodanig dat men wel eens suggereert dat Europa de uitzondering in de wereld aan het worden is, namelijk het enige werelddeel waar nog een passie is voor seculier leven.[6] De lobby die in de USA met het creationisme propageert heeft naast wetenschappelijke (als ze die al heeft) ook andere belangen. De verbreiding van een moreel en politiek conservatief biblicistisch christendom, vaak met een milleniaristische trek. Een sterk dualistisch wereldbeeld doortrekt alle denken en handelen. Er is God en de duivel, en niet er tussen in. De samenleving is het slagveld van hun strijd, en de inzet is het heil van de elke individuele ziel. De lobby is zeer vermogen en de propaganda gebeurt agressief. De grote vijand is het vrije seculiere denken, waarvan de evolutiebiologen zonder enige twijfel de meest geviseerde exponent zijn. Wie het internet wat afzoekt, zal als West-Europeaan verbijsterd zijn door de rhetorisch bedenkelijke trucs, de slagen onder de gordel, de verdachtmakingen van personen etc… die men hier aantreft. In Europa groeit hun invloed, mede door een wonderlijke samenwerking met Islamitische wetenschappers: The Atlas of Creation van Harun Yahja (in 2008 aan alle scholen bezorgd) is quasi helemaal gevuld met beeldmateriaal afkomstig uit evangelical USA). In de meer gevestigde protestantse kerken wordt heel anders op deze materie gereageerd. Dat wil zeggen: het is meestal een non-issue. Iedereen benaderdt het met een soort intuïtief NOMA gevoel. Nog maar zelden wordt er daar een predikant op geïnterpelleerd. Een kleine groep uit deze kerken is op nog een andere manier bij het maatschappelijk debat betrokken. Zij zijn zeer geïngteresseerd in de vraag naar de verhouding geloof en wetenschap. Zij ervaren net als elk ander mens dat de plaats van de godsdienst de laatste eeuwen meer en meer is ingenomen door de wetenschap. Zij zien daarin geen reden om te gaan vechten. Zij accepteren dat door de zich steeds uitbreidende wetenschappelijke rede het oude wereldbeeld is verdampt. Zij vragen zich echter zowel voor zichzelf als voor de samenleving af of deze uitbreiding van de technisch-wetenschappelijke manier van kijken, niet ook kritisch moet worden begeleid. Of er geen inzichten of gevoeligheden verloren dreigen te gaan. Die bezinning gebeurt echter niet op een eilandje, inside the church, maar op het algemene forum en bij voorkeur samen met mensen uit de wetenschap, die zich soortgelijke vragen stellen.

  1. Geef aan hoe u vanuit bovenstaande twee vragen de samenleving wenst georganiseerd te zien en in welke mate de te boek gestelde of andere levensbeschouwing verschilt van de beleving en realiteit ervan in onze samenleving.

Ik snap niet wat u met het tweede deel van deze vraag bedoelt. Daarom antwoord ik enkel op het eerste. Ik zou graag zien dat de seculiere samenleving wat meer respect opbrengt aan mensen zoals mijn jonge vriend Chris, die in alle oprechtheid poogt om zijn geloof op een redelijke manier te verantwoorden. Ik vind dat men te vaak reageert zoals Ivo deed. En Ivo deed het dan nog netjes vergeleken met wat ik in sommige boeken, maar zeker ook tijdens lezingen (vaak voor ‘eigen kring’) hoor, en dat trouwens niet sinds gisteren.[7] Hoe hautain en raillerend gelovigen daar soms worden weggezet enkel en alleen omdat zij niet juichend de verworvenheden en evidenties van de moderne wetenschap en techniek omarmen. Enige reserve op dit punt misstaat geen weldenkend mens, lijkt mij. Maar daar gaat het nu nietom: Op die manier kwetsen en kleineren we mensen. Dat is nooit goed en het werkt zeker averechts. Toen men met het oog op het het Darwin-jaar met veel bombarie prof. Braeckman als missionaris van de evolutieleer benoemde (zo stond het in menige krant) en er allerlei stukken verschenen waarin in geuren en kleuren geschilderd werd waarom dat toch hoognodig was, exact op dat moment was zijn missie kansloos. Probleem: degenen die hij zou moeten bereiken luisterden al niet meer naar hem. ‘He was condemned to preach to the converted’. Zo doe je dat dus niet. Even terzijde: alle respect voor de manier waarop Prof. Braeckman het vervolgens heeft gedaan. Ik weet wel dat het omgekeerde ook gebeurt, maar we hoeven ons toch niet te verlagen tot het niveau van sommige van onze opponenten. Wat ik maar zeggen wil: Bijzonder veel evangelische christenen zijn door het milieu waarin zij leven en geloven allergisch voor wat tot hen komt met wetenschappelijke pretentie. Wil je hen bereiken, dan zul je hun vertrouwen moeten winnen. En dat begint met hen te respecteren als mens. Overigens is bij heel veel ook de afkeer van evolutionisme maar een gewoonte. Zo hoort dat, zo denken wij. Het is niet hun eigen diepste mening. Ze hebben er misschien nog nooit echt over nagedacht. Zo leven zij niet (Niet iedereen is een denker). Daar gaat het in hun geloof ook niet om, ookal suggereert de verwoording het soms wel. Geloof is voor hen dat zij zich verbonden weten met God en met elkaar en dat het leven in deze wereld waarin alles helemaal niet zo vanzelfsprekend is, toch wel ergens enige zin en samenhang heeft. De geloofsgemeenschap waarin zij zich bewegen helpt hen om dit geloof, deze levensmoed, vast te houden. Slechts een klein deel denkt hier bewust over na. De rest leeft en gelooft gewoon. Chris is wel een denker. Hij is oprecht in zijn poging tot redelijke verantwoording van zijn geloof in de Schepper. Hij haalt er van alles bij en ook door elkaar, maar hij zoekt de dialoog met de anderen en zijn geloof zoekt het begrip.  Bij zo’n jongen is groei mogelijk, maar hij moet zich natuurlijk niet meteen in de hoek gedrumd voelen. Ook terzijde: de lobbyisten met andere agenda’s en de pretentieuze semi-wetenschappelijke protagonisten mogen natuurlijk wel (en moeten zelfs) met de gepaste middelen worden weersproken en ook op tijd en stond genegeerd.

 

 

P.S. 2: Intelligent design?

Antwerpen, 12 april 2014

Beste Chris en Ivo,

ik had jullie beloofd dat in het boek ik ook nog iets zou schrijven over het eerste punt waarop jullie botsten: Is alles toeval of is er een ‘design’ (en dus een Designer, want dat impliceert de theorie van ID). Ik had gezegd dat ik van mening was dat dit een discussie is zonder einde en ik had beloofd dat toe te lichten in het boek. Nu is mijn ruimte in het boek al zo goed als op, dus moet ik het maar even op deze manier doen. Het is een beetje op glad ijs, dat ik me nu begeef, maar ik vind het toch te belangrijk om niet te zeggen. Verschillende mensen hebben zich afgevraagd hoe het toch komt dat religie blijkbaar niet verdwijnen wil. De verlichtingsfilosofen en vooruitgangsdenkers hadden dat wel verwacht. Geloof in een schepper, of de overtuiging dat er een ‘ontwerp’ achter alles zit, heeft blijkbaar zo’n overtuigingskracht dat het bijna vanzelf overal ter wereld opduikt. Sommigen gebruiken dit als argument voor de waarheid van het geloof. Zo bijv. Stefan Paas, Rik Peels, God Bewijzen. Argumenten voor en tegen  (2013), vergelijk noot 4.

Er is echter ook een andere verklaring. Het bewijst niet de waarheid (of onwaarheid) van het geloof, maar wel de ‘natuurlijkheid’ ervan. Geloven is menselijk, met een wetenschappelijke bril naar de wereld kijken moet je aanleren. Dat klinkt een beetje vreemd, maar ik denk dat jullie – allebei – als jullie even nadenken, het eigenlijk wel met mij eens zijn. Vraag een kind of de aarde beweegt of de zon? De zon natuurlijk! De eerste natuur is goed gelovig. Niemand zal spontaan de wetenschappelijke correcte verklaring geven (behalve misschien Etienne Vermeersch, die zich het wetenschappelijk denken zo eigen gemaakt heeft dat het z’n eerste natuur geworden is). De wetenschappelijke kijk op de werkelijkheid gaat vaak tegen de eerste blik in. Ze is ‘contra-intuïtief’. De wetenschapper onderzoekt, stelt vragen, probeert te begrijpen (methodisch, rationeel verantwoordbaar) en als hij begrepen heeft, dan gaat hij weer verder, omdat er zich dan weer nieuwe vragen voordoen. Voelt u hoe onnatuurlijk dit is. Sinterklaas bestaat toch gewoon, om de simpele reden dat je hem hebt gezien. Waarom zou je twijfelen? Pas als iemand je vertelt dat het niet zo is, ga je twijfelen. Je neemt het ook niet meteen aan. Zelfs ‘evidence’ kan worden genegeerd. Dingen die je ziet niet voor waar aannemen, is eigenlijk tegennatuurlijk. Daar heb je ‘cultuur’ voor nodig, opvoeding, opleiding. Anderen moeten je dat vertellen.

Daar komt nog bij dat wij als mensen ook graag dingen met elkaar verbinden. We zien graag samenhang, ook tussen dingen die niets met elkaar van doen hebben Echt niet alleen kinderen leggen verbanden tussen dingen die vlak na elkaar gebeuren. We doen dat altijd, en we blijven dat doen zelfs als we allang weten dat het eigenlijk nergens op slaat. Wie kan een horoscoop lezen zonder toch even… Wie kan zonder een bijgedachte onder een ladder doorlopen, afin op voorwaarde natuurlijk dat ons vooraf  is verteld dat dat een bepaalde effect heeft. Ook zien we graag patronen en vinden als we iets eenmaal aangenomen hebben de argumenten ervoor altijd veel sterker dan die ertegen, iets waarover je je later, als je van mening bent veranderd, enorm kunt verbazen. Wat ik hiermee maar wil zeggen is dat de ‘wetenschappelijke kijk’ op de werkelijkheid, met haar open en altijd alles weer in vraag stellende karakter ons niet vanzelf afgaat. Ze moet aangeleerd worden (zij heeft ‘cultural scaffolding’ nodig: culturele stellingbouw).

En als klap op de vuurpijl: Elke nieuwe generatie zal dit ook weer opnieuw moeten ondervinden en de nodige stappen moeten zetten om zich die andere blik eigen te maken. Vandaar mijn stelling dat de discussie tussen wetenschap en geloof een straatje is zonder eind. Degenen die er zo ongeveer uit zijn, verdwijnen van deze wereld, en worden opgevolgd door mensen die net aan het straatje hebben ontdekt. Zij ervaren de vragen weer als ‘vers’ en horen de argumenten voor en tegen als was het probleem pas gisteren gesteld. Zonder einde dus, en qua argumentatie repetitief. Het is niet anders.

Dit vast te stellen heeft één bijzonder vervelende consequentie: De attitude zo eigen aan de Westerse cultuur, om naar die wetenschappelijke kijk te streven via onderwijs en opvoeding kan verzwakken… De kennisoverdracht zal op hoog niveau wel gegarandeerd blijven, maar een verder uiteengroeien (tweedeling van de samenleving) tussen gelovigen en seculieren is geen onmogelijkheid.

 

NOTEN

[1] Johan Braeckman, Maarten Boudry, De ongelovige Thomas heeft een punt, Houtekiet, 2011

[2] titel van een eerbiedwaardig oud en indertijd veel gelezen boek: A.D. White, The History of the Warfare of Science with Theology in Christendom (1896).

[3] Gould, Stephen Jay, ‘Nonoverlapping Magisteria,’ Natural History, 106; maart, 1997, p. 16-22. NOMA: De wetenschap spreekt enkel over feiten en interpretatie van natuurlijke fenomenen en spreekt zich niet uit over het bestaan van God of geloofszaken. Dat laatste is het domein (magisterium) van de religies die dan op hun beurt moeten zwijgen over natuurlijke fenomen en hun interpretatie. Deze scheiding is volkomen artificieel alsof de interpretatie van natuurlijke fenomenen geen levensbeschouwelijke consequenties zou hebben en alsof gelovigen zouden accepteren dat hun geloofsopvattingen niet feitelijk zouden zijn. NOMA lijkt me dus wishful thinking en is waarschijnlijk het best te verstaan als een verzuchting (Please,  leave me in peace!) van een moegetergde Amerikaanse wetenschapper.

[4] Tot voor enkele eeuwen was epilepsie (om maar één onder de vele psychische aandoeningen te noemen) enkel verklaarbaar als een inwerking op de mens van buitenaf. Iedereen die de verschijnselen bekeek, kon niet anders dan vaststellen: hij is zichzelf niet, er overkomt hem iets dat machtiger is dan hijzelf. De wetenschap heeft zich ermee bemoeit en fysiologische, neurologische processen ontdekt die de interpretatie van de verschijnselen (verklaring) heeft veranderd op zo’n manier dat de religieze interpretatie obsoleet is geworden. Indien NOMA al mogelijk is, dan krimpt het domein van de theoloog voortdurend. Een botsing in de andere richting is echter evenzeer onvermijdelijk: Elke godsdienst die zich beroept op een vorm van openbaring, claimt het domein van de feiten en haar interpretatie, niet zozeer wat de feitelijkheid van bepaalde gebeurtenissen betreft (historiciteit- echt gebeurd, dat ook), maar vooral wat de interpretatie van als dan niet vermeende feiten betreft: de duiding van gebeurtenissen als bovennatuurlijk, als gevolg van Gods direct ingrijpen. Hier is niet zozeer de natuurwetenschap het magisterium waarop de gelovige botst, maar de menswetenschap (geschiedenis bijv.).

[5] In Engeland is er een intellectuele traditie van high-brow geleerden die vanuit pluche academische zetels elk gaatje in de wetenschapstheorie benutten om ruimte voor het geloof uit te kappen en tegelijk proberen om de theologische inzichten zo te vertolken dat ze minimaal botsen met de natuurwetenschap. Een vrij zelfverzekerde zelfs wat conservatief theologische variant wordt vededigd door kerkhistoricus Alister McGrath, die af en toe de sparringpartner mag zijn van Richard Dawkins. Heel liberaal is John Haught, bij wie je echter niet aan het gevoel ontkomt dat nog maar weinig gelovigen zich in zijn bijzonder uitgekleede geloofsleer herkennen. Een nog vreemdere variant is de Hollandse ‘wijsbegeerte der wetsidee’ (geëporteerd naar de USA, Alvin Plantinga) die ervan uitgaat dat niet de gelovige visie op de werkelijkheid zich moet verdedigen voor het forum van de natuurwetenschap, maar omgekeerd, omdat geloof een basale intuïtie des mensen is en dus voorafgaat aan reflectie. Een recente versie inmiddels een bestseller: Stefan Paas, Rik Peels, God Bewijzen. Argumenten voor en tegen  (2013). Zie mijn P.S. 2 en mijn bespreking van dit boek op mijn boekenwebsite

[6] Peter Berger e.a., Religious America, Secular Europa? A Theme and Variations, Ashgate 20103

[7] Moge dat in een tijd van christelijke dominantie nog begrijpelijk zijn (ik denk aan figuren als Thomas H. Huxley (1825-1895) , Karl Vogt (1817-1895), Ludwig Büchner (1824-1899) en Ernst Haeckel (1834-1919) , die rondreisden, overal lezingen hielden, vaak voor een groot publiek, en zo niet alleen Darwin’s theorie populariseerden, maar vooral Darwin gebruikten om de godsdienst aan te vallen als onverenigbaar met wetenschap). Of zulke kruistochten nu nog zinvol zijn, waag ik te betwijfelen.

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.