Franz Daniel Pastorius: ‘Sichere Nachricht’

Extra info over Pastorius’ Sichere Nachricht 

Het milieu van Pastorius, en de Frankfurter Land Compagnie. Invloed van de pietist Johann Jakob Schutz en William Penn (rondreis door Europa, verkoop van de grond).

  • Op deze pagina kunt u enkele bladzijden uit een ander werk van Pastorius doorbladeren: Umständige Geographische Beschreibung Pennsylvaniae.
  • Op een aparte pagina kunt u het verslag lezen van William Penn’s bezoek aan Anna Maria van Schuurman (1776).

De Sichere Nachricht waaruit het citaat in het Essay over de vrijheid van godsdienst afkomstig is, moet wel met enige kritische zin gelezen worden. Het is bovenal een propagandaboekje (o.a. afgedrukt in een Zwitserse krant, waarvan hier een facsimile van de eerste pagina), d.w.z. een oproep aan het thuisfront in Duitsland (de streek rond Frankfurt) om ook de oversteek te maken naar Amerika. Ze moeten zich weliswaar voorbereiden op een moeilijke overtocht, een reis vol ontberingen – Pastorius stelt de trip over de Atlantische oceaan niet rooskleuriger voor dan die is – maar de beloning is groot. Om zijn appèl kracht bij te zetten grijpt ook hij naar krasse beelden. Hij vergelijkt Europa met ‘Babylon’, de stad uit de Apocalyps waar de ‘grote hoer’ overspel bedrijft met de koningen der volkeren, de woning van de antichrist. Op zich niets nieuws. Het beeld is door Luther en de zijnen vanaf 1520 systematisch toegepast op de paus en de rooms-katholieke vorsten. Zij hielden ‘gods volk’, de ware kerk, in hun verstikkende greep. Net als Nehemia (eigenlijk ook al een Mozes redivivus) heeft Luther de  kerk uit haar ballingschap verlost en teruggebracht naar het beloofde land. Ten tijde van Pastorius is de repeterende breuk in de Duitse kerk al weer een stap verder. In Pastorius’ retoriek is de Lutherse kerk met zijn geestelijke leiders en wereldlijke vorsten evenzeer een ‘goddeloos Babylon’ geworden als eertijds de paus. Dat is vreemd, want Pastorius vader was zelf een orthodoxe Lutheraan, en de intelligente zoon had – hoe jong hij ook was – al een aardige carrière als jurist en consultant achter de rug. Hij was echter na zijn ‘grand tour’ (de Europese rondreis die iedere student uit de betere kringen in die tijd maakte voor hij zich echt ging settelen) tot de overtuiging gekomen dat de Lutherse reformatie gefaald had. De leer was wel hersteld, maar het leven niet. Laten we niet vergeten dat de verwoestende godsdienstoorlogen nog maar een goede 40 jaar geleden beëindigd waren. In de regio waar hij en zijn familie woonden was door die oorlog het bevolkingsaantal gehalveerd. Economisch ging het slecht, en – zo stelde Pastorius vast – ook nadat de vrede gesloten was, gingen de mensen door met elkaar het leven onmogelijk te maken. Er moest blijkbaar meer zijn dan alleen maar het ‘rechte geloof’. Bij zijn terugkeer in Frankfurt leerde hij <a name=”schutz”>Johann Jacob Schutz (1640-1690) kennen, een van de ‘godfathers’ van de piëtistische stroming binnen het Lutheranisme, en net als Pastorius een rechtsgeleerde, classicus en dichter. (Nieuwe studie over deze Schutz van Andreas Deppermann, samenvatting in English1, en Deutsch.2)

Zij waren van mening dat de orthodoxe leer zijn doel had gemist, omdat het hart van de mensen niet veranderd was. In kleine groepen kwamen ze bij elkaar, bestudeerden de bijbel, bemoedigden en beleerden elkaar, Zij brachten het ‘priesterschap van alle gelovigen’ in de praktijk en lazen stichtelijke werken (pia desideria van prof. Philipp Jacob Spener bijv), bespraken die, schreven gedichten, en zongen nieuwe innige geloofsliederen. Ze onderhielden een levendige correspondentie met geestverwanten (o.a. Anna Maria van Schuurman, de eerste vrouwelijke student theologie in Leiden, die in haar latere leven in een commune was ingetreden in Friesland) Onderwijl baden ze om een echte verandering, een wedergeboorte, want zonder die geestelijke ervaring, die krachtdadige verandering van binnenuit, zou het nooit wat worden met het geloof, zowel individueel, als als groep, ja als samenleving. De slechte economische toestand, de grote maatschappelijke spanningen, hadden de verwachting van en/of het verlangen naar het ‘einde’ versterkt. Ook Pastorius, hoezeer hij ook met beide benen op de grond stond en pragmatisch aan de toekomst werkte in Germantown (land- en tuinbouw, opleidingen, culturele verenigingen, bibliotheken, alles zette hij op poten en nam hij zelf ter hand als er (nog) niemand anders voor was), was niet ongevoelig voor deze opvattingen. (Historici verschillen van mening hoezeer zijn ‘vrome taal’ in de brieven aan het thuisfront retorisch of echt gemeend is).

Toen <a name=”penn”> William Penn tijdens een ‘propagandareis’ door de Nederlanden en de Duitse gebieden in 1677 ook in Frankfurt z’n verhaal kwam doen over de Nieuwe Wereld, waar de mensen eindelijk echt vrij waren om het leven in te richten volgens Gods wil, was de balans snel opgemaakt. Daar wilde ze heen. Sommigen meteen al, anderen keken eerst nog eens de kat uit de boom. Hier is het waar Pastorius zich als vrijwilliger aanbiedt om vooruit te gaan, de grond te verwerven en met iedereen die helpen wil het land te prepareren voor een grote immigratiegolf uit de Duitse landen. De groep die uiteindelijk Germantown (nu een wijk in Philadelphia) ontgon, bestond naast de Duitse piëtisten voornamelijk uit doopsgezinde Krefelders die ongeveer tegelijk de oude wereld hadden gelaten voor wat die was. Zij werden welkom geheten in Amerika door William Penn himself.

Penn was ook een ‘dissenter’, maar wel één een apart soort, een Quaker. Dat wil zeggen, dat hij behoorde bij een groep christenen die niet zozeer onder de indruk waren van het uiterlijke woord van de bijbel, maar die alles verwachten van het ‘innerlijk licht’ dat in ieder mens aanwezig  was en door Gods geest kon worden aangestoken om het leven te verlichten. De heilige Geest was, zo hadden zij in de bijbel gelezen, uitgestort ‘op alle vlees’ en iedereen kon daarom een profeet worden, vrouwen zo goed als mannen. Ze hadden geen liturgie, en geen leer. Ze weigerden zich te onderwerpen aan welke macht dan ook en vertikten het  om een eed te zweren. Jezus had gezegd dat je dat niet doen moest (“laat uw ja, ja zijn, en uw nee, nee”), dus deden zij dat. In Engeland was de stroming door de rechter verboden, maar in de nieuwe kolonie mochten ze hun gang gaan. William Penn had zelf de bosgrond van de Indianen gekocht (voor een ‘correcte prijs’, want hij aanzag alle mensen principieel als broeders) en daar een vrijstaat gesticht voor Quakers. Pennsylvania noemde hij het. En de nederzetting waar men met de families neerstreek gaf hij de naam Philadelphia (Broederliefde). In tegenstelling tot de Puriteinen, was hij niet benauwd voor andersdenkenden of andersgelovigen. Hij wilde geen ‘heilige stad’ boven op een berg, enkel toegankelijk voor wie zuiver in de leer en onberispelijk van levenswandel zijn (naar Psalm …),  maar een ‘fellowship of brothers’, zoals de Quakers zich zelf aanduidden, een ‘brotherhood of men’. Geen gesloten, maar een open stad. De piëtisten waren dus welkom, en de anabaptisten uit Krefeld ook. Pastorius kan het niet genoeg onderlijnen in zijn brief, hoezeer hier onder het bewind van gouverneur William Penn recht en billijkheid heerst: Wie niet bang is voor de ontberingen van de overtocht, zo schrijft hij, “die kan in de naam van de Heer uit het Europese Babylon trekken; maar als hij vertrekt, moet hij het niet zo doen als de vrouw van Lot, die wel met de ‘voeten’ is vertrokken, maar die met haar hart en zinnen eigenlijk in Sodom is gebleven (letterlijk: achtergebleven bij het zo bequemliche Hausrath) en die daar dus naar omkeek, iets wat haar zoals u weet slecht bekomen is’.

William Penn en Franz Daniel Pastorius delen de hoge verwachtingen van het leven in de Nieuwe Wereld met de puriteinse Pilgrim Fathers, maar in plaats van een gesloten samenlevingsmodel, opteren zij voor een open. Het hoeft ook niet te verbazen dat in 1688 Pastorius, samen met drie andere inwoners van Germantown, een petitie opstelt waarin hij pleit voor een gelijke berechtiging van zwarten, op het moment dat in Pennsylvania voor het eerst zwarte slaven worden aangevoerd vanuit de Caribische eilanden.

Through his many activities, Pastorius made himself at home in the diverse cultures of early Pennsylvania. Despite ethnic insecurities and tensions, he got on well with William Penn and other prominent English and Welsh Quakers in Philadelphia, and his personal statesmanship helped to keep Anglo-German relations on an even keel during the early years of Quaker government. At the same time, he kept in touch with friends in Germany, satisfying their curiosity about his frontier existence while challenging a number of their traditional attitudes. He published enthusiastic reports about Pennsylvania and served as business agent for a Frankfurt company that acquired around 25,000 acres of land in the colony, thus helping to get German immigration off to a solid start (although his plans to found a semiautonomous German colony within Pennsylvania failed). Without denying cherished customs and values, he assimilated into Anglo-American society, a complex process imperfectly achieved, though facilitated by his cultural breadth and esteem. His ethnicity tempered his approach to assimilation, and to the sensitive issues of minority rights in a multi-ethnic society. He criticized exploitation of the Native Americans, and contested ethnocentric views of tribal culture, especially in a few texts ignored or misinterpreted to the present day. When the property and inheritance rights of German and Dutch immigrants seemed jeopardized, he supported a naturalization law that gave them the full privileges of citizenship. When black slaves were brought to Pennsylvania from the Caribbean, he and three of his Germantown neighbors drafted the first recorded anti-slavery petition in America and fought, unsuccessfully, to establish equality under the law for blacks as well as whites. In a similar vein, he challenged religious conformity, and enjoyed deflating shibboleths and conventional ideas, arguing, for example, that females are, in “almost innumerable” ways, superior to males, an argument to some extent related to his flirtatiousness.3

Wat in Europa dus maar niet lukken wil, lijkt in de nieuwe wereld probleemloos van de grond te komen: religieus pluralisme. Het geheim lijkt ‘m hierin te zitten dat men alles precies anders doet dan men vanuit het oude continent gewoon is. Daar kunnen religies alleen maar bestaan als ze door staatssteun worden opgelegd, dan wel ondersteund. Veel van de emigranten waren daar het slachtoffer van geworden en hadden dus een allergie voor alles wat riekte naar ‘dwang’ van bovenaf.  De enige kracht die in zaken van religie zou mogen gelden, was die van de geestelijke overtuigingskracht. Als verboden (Quakers, anabaptisten, Schwenckfelders) of semi-clandestiene groepen binnen de kerk (piëtisten) hadden ze vaak in religionis al lang gewerkt met zelforganisatie.

De eerst puriteinse emigranten hadden dit ook gedaan, maar dan op een strakke manier. Zij namen niet met minder genoegen dan dat de steden in het ‘beloofde land’ ook echt ‘helige steden’ zouden zijn. De paranoia waartoe dit kan leiden is vooral bekend, berucht, geworden in verband met de Salem witch trials. Maar niet alleen immoreel of heidens gedrag moest het ontgelden. Ook anders-gelovigen werden niet getolereerd. Van Quakers, Anabaptisten en Anglicanen moesten ze niets hebben.

 

Voetnoten

  1. Johann Jakob Schutz (1640-1690), a legal expert and lyrical poet from Frankfurt. New research by Andreas Deppermann, using newly-discovered sources, succeeds in giving the first complete portrayal of this fascinating but almost forgotten figure of church history. Apart from Philipp Jakob Spener, Schutz can be regarded as the originator and co-founder of Pietism, the most important religious revival movement in Protestantism since the Reformation. He was the person who initiated the development of the typical characteristics of Pietism: concentration on the Bible, the emphasis on spiritual priesthood, especially in the form of private gatherings of the pious outside of the church service as well as a chiliastically influenced hope for the future.

  2. Im Zentrum dieses Bandes steht die Person des Frankfurter Juristen und Liederdichters Johann Jakob Schutz (1640-1690). Mit Hilfe neuentdeckter Quellen gelingt es Andreas Deppermann, erstmalig ein umfassendes Bild dieser faszinierenden, aber fast vergessenen Gestalt der Kirchengeschichte zu zeichnen. Schutz ist neben Philipp Jakob Spener als Urheber und Mitbegrunder des Pietismus anzusehen, der bedeutendsten religiosen Erneuerungsbewegung des Protestantismus seit der Reformation. Von ihm kamen die Anstosse fur die Ausbildung der charakteristischen Merkmale des Pietismus: Die Konzentration auf die Bibel, die Betonung des Allgemeinen Priestertums besonders in der Form privater Zusammenkunfte der Frommen ausserhalb des Gottesdienstes sowie eine chiliastisch gepragte Zukunftshoffnung.Das bisher vorherrschende Bild des fruhen Pietismus wird durch eine Fulle neuer Details bereichert und zum Teil erheblich erweitert. Lutherischer und Reformierter Pietismus kommen als eine zusammenhangende Bewegung in den Blick. Schutz hat durch seine personlichen Beziehungen (u.a. zu Personlichkeiten wie Anna Maria van Schurman, Johann Gezelius, Pierre Poiret, Christian Knorr von Rosenroth, Maria Sibylla Merian, Johanna Eleonora von Merlau/Petersen), durch eigene Publikationen und durch die Verbreitung entsprechender Literatur massgeblich dazu beigetragen, dass ein breiter Strom aus der Gedankenwelt religioser Sonderstromungen im 17. Jahrhundert Eingang in die lutherische Kirche fand und vor allem den radikalen Pietismus beeinflusste, so u.a. die Mystik und der mystische Spiritualismus bis hin zur Alchemie und Kabbala. Schliesslich ist er auch zum Urheber der ersten Separation des lutherischen Pietismus geworden.

  3. Weaver, p. 2

Leave a Comment

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.